Slimme aansturing wordt de norm

Maar wat verstaan we onder slim?

Vanaf 2028 komt een warmtepomp alleen nog in aanmerking voor ISDE-subsidie als het toestel slim aanstuurbaar is. Tegelijk krijgen dit jaar tienduizenden huishoudens in Gelderland, Utrecht, Flevoland en delen van Noord-Brabant een aanbod van hun energieleverancier: een vergoeding in ruil voor het slim aansturen van hun laadpaal, thuisbatterij of hybride warmtepomp. Samen moet dat 255 MW aan flexibel vermogen opleveren, vergelijkbaar met het vermogen van een stad als Haarlem.

Dit zijn twee ontwikkelingen die dezelfde kant op wijzen: de warmtepomp wordt onderdeel van het energiesysteem en is niet langer een losstaand toestel in de meterkast. En dat is een goede beweging! Maar sla een willekeurig vakblad open en je ziet het woord "slim" overal opduiken. Wat is nu eigenlijk de meerwaarde van slim en is slim hetzelfde als 'flexibel' of 'adaptief', 'zelflerend' of 'intelligent'?

Aan/uit is niet hetzelfde als slim

De eenvoudigste vorm van flexibiliteit is externe afschakeling: het toestel krijgt op een piekmoment een signaal en gaat uit. Effectief voor het net, bot voor de woning. Een warmtepomp die volledig wordt uitgezet laat de aanvoertemperatuur zakken en moet daarna met een vermogens- en energiepiek weer opstoken. Bij een ruim uitgelegd laagtemperatuursysteem met voldoende thermische massa merkt de bewoner daar weinig van. Bij een krap gedimensioneerd systeem of hoge afgiftetemperaturen wél. Precies dat comfortrisico maakt mensen huiverig om mee te doen.

De volwassen vorm is modulerende, voorspellende sturing vanuit het toestel zelf. De regeling rekent vooruit op basis van dynamische prijzen, weersverwachting, eigen PV-opwek en het thermische gedrag van de woning, en verschuift verbruik geleidelijk in plaats van hard af te schakelen. In de praktijk: de buffer of het gebouw op een goedkoop of zonnig moment een paar graden verder opladen, zodat er in het dure avondblok minder elektrisch vermogen nodig is. De woning wordt zelf de buffer, en bij een goed ontworpen laagtemperatuursysteem is dat verrassend veel capaciteit.

De discussie moet over de interface gaan, niet over het label

Als "slim aanstuurbaar" een subsidievoorwaarde wordt, moet het ook iets betekenen. En daar wringt het nu.

SG Ready is al jaren de gangbare basis: een breed toegepaste industrieafspraak met vier schakeltoestanden, van geforceerd uit tot verhoogd verbruik bij overschot. Bruikbaar, maar grof. Protocollen als EEBus gaan verder en maken continue communicatie in twee richtingen mogelijk tussen toestel, energiemanagementsysteem en net.

Het punt is: de Nederlandse Technische Afspraak die de ISDE-eis van 2028 concreet moet maken, wordt nog onder regie van NEN ontwikkeld. Zolang die er niet is, kan bijna elk toestel met een schakelbare ingang zich slim aanstuurbaar noemen. Dat is een risico, niet voor ons, maar voor het vertrouwen in de hele regeling. Als de eerste lichting "slimme" warmtepompen in de praktijk niet meer blijkt te kunnen dan een relais openzetten, is de teleurstelling groot en het draagvlak voor flexibiliteit beschadigd.

Ik maak me minder zorgen over de norm zelf dan over de periode ervoor.
Aanstuurbaarheid hoor je aan te tonen, niet te claimen."

Even principieel is de vraag hoe open die aansturing is. Een warmtepomp waarvan de intelligentie is opgesloten in één gesloten merk-app maakt de bewoner afhankelijk van precies dat ecosysteem. Wij kiezen voor het tegenovergestelde: aansturing via open, genormeerde interfaces, zodat een toestel met verschillende energiemanagementsystemen en leveranciers kan praten. Dat houdt de eindgebruiker vrij in zijn keuze en maakt het systeem als geheel robuuster. Een net dat leunt op flexibiliteit heeft baat bij apparaten die met iedereen kunnen meebewegen, niet bij een lappendeken van gesloten platforms.

Wie betaalt de rekening voor flexibiliteit?

Netbeheer Nederland heeft bij de ACM een voorstel ingediend voor tijds- en volumeafhankelijke nettarieven vanaf 2029, met een duur avondblok in het winterhalfjaar. Common Futures rekende voor dat een gemiddeld huishouden met een all-electric warmtepomp daardoor ruim 500 euro per jaar duurder uit is, waarvan zo'n 355 euro direct voortkomt uit de nieuwe tariefstructuur. De ACM neemt naar verwachting eind dit jaar een besluit.

Een warmtepomp blijft goedkoper in gebruik dan een gasketel, dat staat niet ter discussie. Maar een warmtepomp kan dat lange avondblok maar beperkt ontwijken, simpelweg omdat een huis in de avond warmte nodig heeft.

"We vragen huishoudens om te elektrificeren én om flexibel te zijn. Dan is het niet meer dan fair dat een tarief kijkt naar wat een apparaat werkelijk van het net vraagt. Slimme aansturing en een eerlijk tarief horen bij elkaar."

Waar wij staan

Slimme aansturing is geen bedreiging voor de warmtepomp, maar de logische volgende stap in zijn volwassenwording. Dan moeten we het wel serieus nemen. Niet "slim" als sticker, maar als aantoonbare eigenschap. Niet flexibiliteit ten koste van comfort, maar techniek die vooruitdenkt zodat de bewoner er niets van merkt. En geen handvol gesloten platforms, maar open standaarden die het hele systeem sterker maken.

Dat is de lijn die wij bij STIEBEL ELTRON kiezen, in onze toestellen en in de gesprekken die we met de markt en met beleidsmakers voeren. De regelgeving van 2028 en 2029 komt eraan. Wij zorgen dat "slim" tegen die tijd ook echt slim betekent.

Slimme aansturing of minder aansluitingen?

Slimme aansturing lost een deel van het vraagstuk op, per woning. Voor grotere projecten ligt er nog een tweede hefboom: minder aansluitingen op het net door warmte collectief op te wekken.

Benieuwd hoe dat in de praktijk werkt? Beluister de aflevering van de Installatie & Bouw-podcast over collectieve installaties.

Luister de aflevering op Spotify